Flora en fauna

BOMEN
De grote schietwilg is de oudste boom van het Bos en Lommerplantsoen. In 1964 is hij in de zuidwesthoek voor het nieuwe GAK-gebouw gepoot. Later kwamen er nog vijf platanen en twee meelbessen bij.
De herinrichting fase I (2012-2013) bood plaats aan tien scharlaken eiken, tien Japanse sierkersen, vier yoshinokersen, vier walnootbomen en drie mammoetbomen.
Tijdens de herinrichting fase II (2019) zijn er langs de parkeerplaats valse Christusdoorns gepoot.
En in het najaar van 2022 komen er in het kader van de vergroening van de stad weer tien nieuwe bomen bij (de pootgaten zijn in juli al aangelegd).
Zie voor de bomen in het Bos en Lommerplantsoen ook de interactieve kaart:
> Bomen – in beheer van Gemeente Amsterdam (loopt 1 tot 3 jaar achter).

In april 2023 is de walnootboom in het midden van het plantsoen eindelijk geveld, hij was al sinds begin 2019 dood. Bezweken aan de droogte en de stokslagen, omdat onrijpe walnoten een of andere helende werking zouden hebben. Nu wachten we op een andere boom (geen walnoot), die in het plantseizoen 2023-2024 is toegezegd.

Ook zijn er in november 2022 tien pootgaten in het plantsoen aangelegd voor nieuwe bomen. Die zouden in de lente van 2023 worden geplant, aldus de gemeente. We wachten af.

PLANTEN EN BLOEMEN
Voor De Boeg liggen al jaren geurige rozenperken.
In 2021 hebben de nieuwe perken voor het GAK met oog op biodiversiteit en insecten een keur aan beplanting gekregen.
De grasvelden langs de parkeerhelling bevatten wilde voorjaarsbollen, de grasvelden langs de noordvleugel van het GAK en de zuidzijde van het plantsoen worden sinds 2022 ecologisch beheerd met bijen- en vlindervriendelijke bloemen en grassen.
De beplanting van de Stadstuinperken staat apart beschreven > De tien perken

INSECTEN
Hommels op de lavendel, honingbijen op de gele en witte honingklaver, wespen, vliegen, zweefvliegen, en steeds meer vlindersoorten: grote en kleine witjes, atalanta’s…
Maar ook een plaag van blauwe muntgoudhaantjes, mooie metallic kevertjes, die onze Marokkaanse munt opvraten, en larven van de bessenbladwesp die kruisbessenstruikjes kaal vreten voor de bessen rijp zijn.

BODEMLEVEN
Dat de bodemverbetering in de perken op gang is gekomen zien we aan de regenwormen. Er zitten er steeds meer, al verdwijnen ze bij droogte diep in de bodem. Een wormenhotel hebben we niet nodig, want in de compostbak hebben de pieren hun luilekkerland.

VOGELS
Stads- en houtduiven, kraaien, kauwen, allerlei meeuwen en halsbandparkieten vlogen altijd vanaf het begin al in het plantsoen rond. Pas de laatste jaren bieden bomen en struiken voldoende beschutting, voedsel en zelfs nestruimte voor andere vogels: in een van de Stadstuinperken had een merel zelfs een nestje met kuikens. Op enkele balkons broeden kool- en pimpelmeesjes, soms zingt in de schemering een merel. Op zomaar een vroege lentedag kun je in een perk een houtduif een merelpaartje en een winterkoninkje aantreffen.
En behalve de halsbandparkiet is nu ook de nijlgans in het plantsoen gesignaleerd (beide zijn invasieve exoten).

ZOOGDIEREN
De eerste jaren hadden we in het plantsoen flink last van konijnen. Ze vraten volop van de jonge beplanting. Stadstuin heeft toen al snel zijn perken omheind, en de konijnen verdwenen – wegens gebrek aan voedsel, door ziekte of anderszins, en ze kwamen weer terug en verdwenen weer. Ze hebben hun eigen soms raadselachtige cyclus van leven en dood.
Ook al snel doken er ratten op. Omdat het plantsoen een geliefde lunchplek was, er veel restanten naast de (te) kleine afvalbakken belandden en de gewoonte oud brood voor de dieren te strooien hardnekkig is, en omdat ze in de cortenstalen bakken bij de onderdoorgang hun schuilplekken konden graven, hadden de ratten er een goed leven.
Gemeente en GGD hebben de afgelopen jaren veel gedaan aan het rattenproof maken van het plantsoen: er kwamen andere afvalbakken en niet-giftige rattenvallen. > GGD Dierplagen